Een vloed van poep

De eerste keer dat ik zo’n grote hoeveelheid ontlasting moest opruimen, was bij meneer M. Ik had zijn bevuilde incontinentiebroekje uitgedaan om het te vervangen en zijn billen te wassen, toen er prompt voor mijn ogen een nieuwe vloed warme poep tevoorschijn gleed. Mijn hart begon te bonzen en een golf van schrik schoot door me heen. De geur, de bruine substantie – mijn leven lang had ik met niets dan walging geprobeerd me verre van ontlasting te houden: die van mezelf, die ik met grote hoeveelheden wc-papier zo efficiënt mogelijk probeerde weg te werken, en die van honden in het park; al op jonge leeftijd omzeilde ik bosjes en grasvelden. Hier, tijdens mijn vakantiebaan in een revalidatiecentrum, had ik wel af en toe billen afgeveegd, maar de poep zelf lag dan netjes in een po of toilet, zodat ik het snel weg kon spoelen.

Bij meneer M. was er echter geen ontkomen aan: ik hing er pal boven en moest het, weliswaar met hand- schoentjes aan en een grote lading washanden, vastpakken en wegvegen. Dat duurde best lang, omdat de man op zijn rug terugdraaide en er met zijn onderrug middenin kwam te liggen, waarbij de poep aan de onderkant van zijn trui en een beetje aan de dekens kwam.

Gaandeweg begin ik te leren om poep efficiënter op te ruimen en daarbij koelbloediger te blijven, dat wil zeggen, mijn initiële paniek te onderdrukken. Want paniek – in de vorm van hartkloppingen, trillen en zweten – is nu eenmaal mijn eerste reactie op een vloed van poep, die iets wegheeft van een demon uit het rijk van verval en dierlijkheid.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s