Statement

Het heeft me decennia gekost om te wennen aan mijn gezicht. Of beter gezegd: aan het feit dat ik überhaupt een gezicht heb, een uithangbord dat een vleugje van mijn innerlijk voor de hele wereld zichtbaar maakt. Ik vond het zo gedefinieerd, zo’n gezicht, zo ongenuanceerd en afgebakend. Gaat er in mijn hoofd van alles om, een eindeloze stroom van tegenstrijdige gedachten, op mijn gezicht zie je alleen een frons, een schaap-achtige grijns, twee rode wangen. Het complexe innerlijk gereduceerd tot een roze lap huid met wat vet en pezen eronder, wat openingen erin en een bos haar rondom. De reflectie van mijn gezicht in de spiegel be-wees dat ik net zo tastbaar was als al het andere in de wereld, en ontkrachtte mijn illusie dat ik anders was, onbegrensder, grilliger. Ik leek op alle andere blonde meisjes van mijn leeftijd.

Nog concreter werd ik als ik mijn gelaatstrekken schilderde: een randje kool rond mijn ogen, een schreeuwende kleur op mijn lippen. Zonder make-up was ik ongedefinieerder, vond ik, onopvallender, witter, en juist daardoor gelijkender op een leeg canvas waarop nog van alles mogelijk is. Gelukkig hielp ook de rest van mijn uiterlijk mee: ik heb geen scherpe kaaklijn, maar een klein, onopvallend kinnetje, een neus die niet bijzonder groot en niet bijzonder klein is, niet krom, niet spits, maar behoorlijk neutraal. Langzaam begon ik te erkennen dat het me eigenlijk wel paste, die bleke ronde vorm in de spiegel, dat onbeschreven bladgezicht met die onuitgesproken trekken, waarachter mijn geheime innerlijk schuilging.

Toen bleek ik een bril nodig te hebben, en bleken neutrale brillen niet te bestaan: een bril, zo ontdekte ik, verraadt altijd de keuze van de koper, die modieus wil overkomen, artistiek of intellectueel, of uit wil stra-len dat hij niets om zijn uiterlijk geeft en kiest voor functionaliteit. Omdat ik die laatste drijfveer het meest sympathiek vind, koos ik een klein, functioneel exemplaar dat echter – zo meen ik als ik in de spiegel kijk – mijn gehele uitdrukking domineert en me tot een ernstig, degelijk meisje maakt. En dat bén ik, maar dat ben ik toch niet alléén? Oh, ik verlang naar een brilletje dat me opnieuw een onbeschreven blad laat zijn, zodat ik in potentie alles uit kan drukken maar mezelf niet bij voorbaat op iets specifieks vastpin.

Een bril is nog aanweziger dan een buitenboordbeugel of de grote gele oormerken van koeien: je kunt er niet omheen, zelfs niet als je je concentreert op de ogen van degene die je voor je hebt. Normaal gesproken zijn ogen het meest mysterieuze aan een levend wezen, vol stipjes en streepjes in allerlei kleurtinten die zich niet laten omschrijven, observerend maar niet verradend wie erachter schuilgaat. Ik wil het mysterie van mijn ogen bewaren, maar nu zijn ze ingelijst, gevangen, en maak ik – of ik nu wil of niet – met mijn gezicht een statement.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s