Muzikale pelgrim

Ben ik de allerlaatste die een interview met Reinbert de Leeuw (1938-2020) gehouden heeft? Het lijkt erop. Ik bezocht de hartstochtelijke pianist, dirigent en componist op 23 januari in zijn appartement naast het Vondelpark. Drie weken later, op 14 februari, overleed hij, voor velen – ook voor mij – volstrekt onver-wachts. Dat hij al langere tijd ziek was, wist ik niet, hoewel hij tijdens onze laatste gesprekken zwakjes overkwam en af en toe sprak in halve zinnen. De ouderdom, dacht ik.

Maar zijn vurigheid was geenszins verminderd: hij vertelde nog altijd over hem dierbare componisten als waren het muzikale pelgrims of platoonse zieners die iets onzegbaars op het spoor gekomen waren en dat naar concrete composities toe probeerden te vertalen. ‘In het hoofd van de componist moet een oervorm van de muziek bestaan en in zekere zin kun je zeggen dat de notatie al een transcriptie is van wat er in het hoofd van de componist gebeurt’, zei Reinbert eens tijdens een lezing. De kunst van hemzelf als uitvoerder – als dirigent, als pianist – was om die platoonse idee áchter de partituur aan te raken en in concrete klan-ken om te zetten, adembenemende, verstilde. Reinbert was er heel duidelijk over dat muziek voor hem iets met mysterie te maken had:

Wat is toch het geheim waardoor sommige composities je zo kunnen raken? Er zijn van die stukken waarnaar ik altijd maar weer terug wil, die ik wil herbeleven. Wat doet de componist daar? Wat is de reden dat het me zo ontroert, zo aanspreekt? Dat is waarover je meer te weten probeert te komen, dat is die zoektocht. Uiteindelijk zal je het nooit kunnen oplossen, je kan het nooit precies pakken. En dat is natuurlijk ook het fascinerende eraan. Dat is de magie van de muziek, het grote raadsel.

In veel van Reinberts favoriete muziek wordt ‘alle intensiteit en expressie samengebald in een paar noten’, zoals bij de late Liszt, bij Satie of bij Schönberg en Webern in hun zoekende middenperiode, toen ze reeds atonale muziek componeerden, maar nog niet volgens het cerebrale twaalftoonsysteem. Het was over deze periode van de Tweede Weense School dat hij en ik de laatste keer met elkaar spraken. De maanden hierna zouden we het nog hebben over andere belangrijke thema’s en stromingen uit de twintigste-eeuwse muziek: de Franse klankbeleving, de naoorlogse avantgarde, de Russische ziel van Goebaidoelina en Oestvolskaja, wier muziek een soort ‘beuken op de poorten van de hemel’ is.

Helaas is Reinbert er niet meer, zodat onze gespreksreeks in klassieke muziektijdschrift Luister voortijdig tot een einde is gekomen. Mijn uitwerking van ons laatste gesprek zal verschijnen op 6 maart, en in april publiceert Luister mijn analyse van Reinberts muzikale wereldbeeld en zijn streven naar intensiteit.

Eerdere interviews die ik met Reinbert heb gehouden kun je teruglezen via de volgende links:

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s