Zwarte magie

In Nederland is het zinloos om bang voor spinnen te zijn, omdat hier geen giftige soorten voorkomen. De adrenaline, hartkloppingen, zweet en paniek die sommige mensen ervaren bij het zien van een spin, vooral een grote zwarte, dienen dus geen enkele functie. Ik ben zo’n Nederlandse met een spinnenfobie, ‘arachno-fobie’ genaamd in de psychologie, en bewoon momenteel een huis met een tuintje vol spinnen, die iedere gelegenheid te baat nemen om zich door een openstaand spleetje raam mijn slaapkamer binnen te wrieme-len. Ongewenste binnendringing, zo voelt dat, en iedere zoveel tijd ontwaak ik zwetend uit een nachtmerrie waarin een groot, zwart exemplaar mijn weerloze lichaam heeft betreden met zijn razendsnelle kriebelpo-ten. Soms katapulteer ik mezelf – in halfslaap, in paniek – zelfs met kracht uit mijn bed en word ik enkele meters verderop, op de grond van mijn slaapkamer, met een schok en een paar blauwe plekken wakker. Hierbij gaat het dus nog niet eens om een échte spin, maar om een gedroomde.

Het klinkt zo meisjesachtig en zwak om bang voor spinnen te zijn, en ik schaam me er eigenlijk een beetje voor. Stel je niet zo aan, mompel ik in mezelf, boos op mijn lichaam dat zo met me op de loop is gegaan, op mijn benen die nog nasidderen en mijn oksels die van angstzweet dampen. Het beestje zelf – dit keer was het een echte, aan het voeteneind van mijn bed zat hij, zijn silhouet een grote zwarte zon met een aureool van pootjes – heb ik opgezogen, en ik fantaseer hoe hij ineengeplet, een wirwar van zwarte steeltjes, tussen de pluizebollen en stofdotten in de stofzuigerzak ligt te spartelen. Die zak moet onmiddellijk de deur uit, en het uiteinde van de stofzuigerslang moet met een plastic zakje worden afgebonden, voor het geval het gedrocht daar per ongeluk in is achtergebleven en opnieuw in mijn huisje aan de wandel wil gaan.

‘Jij houdt toch zo van dieren?’ zegt mijn lief verbijsterd als ik hem een week later het bevel geef om een grote zwarte, die plotseling vlak naast ons blote lijf in bed is opgedoken, te vermorzelen. ‘Maak hem dood, maak hem dood!’ blère ik vanuit het hoekje in de kamer waar ik angstig weggekropen zit. Ineens ben ik niet meer zo doortastend als wanneer ik in mijn eentje ben; het besef dat ík het nu moet oplossen, en snel een beetje, waarbij mijn adrenaline zich in dadendrang omzet, heeft plaatsgemaakt voor het gegil van een hulpeloos meisje tegenover haar mannelijke redder.

Als het om een spin gaat voel ik geen greintje mededogen meer; tegen een spinnenlijkje fluister ik geen ‘sorry’ als ik het in de container tegenover mijn huis deponeer. Er is slechts de opluchting van de overle-vende die uit de klauwen van een gevaarlijke indringer is gered, een engerd die een pistool tegen haar voorhoofd zette en haar bedreigde met de dood.

Ja, voor iemand met arachnofobie symboliseert een grote zwarte spin de dood, hoe overdreven dit misschien ook klinkt. Een spin is het onreine, het onaanraakbare, zoals datgene waarvoor je binnen de Joodse traditie – als je ermee in aanraking was gekomen – in quarantaine werd geplaatst, buiten de men-sengemeenschap, omdat je een verdorven, volstrekt verboden domein betreden had. De beweging van een mensenhand naar een zwarte zon, een spinnenlijf, is een beweging die ondenkbaar is en niet mag worden gemaakt: het kán niet, het mág niet, het zou me ontdoen van mezelf, van mijn mensenbestaan. Waarom ik dat geloof, dat weet ik niet – vermoedelijk is het een oeroude, diep in mijn zenuwstelsel gewortelde mythe, een hardnekkig restje geloof in de duivel en zwarte magie.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s