Dit is mijn vlees

De hedendaagse blik op het naakte vrouwenlichaam is een snijdende blik. Een blik vol veroordeling van vlees dat er niet zou mogen zijn. ‘Zij is best mooi, maar jammer van die kilootjes teveel aan haar heupen, billen, dijen, bovenarmen, buik of kin.’ Alsof welvingen niet zouden mogen bestaan, behalve op strikt voorgeschreven plekken, waar ze zelfs vereist zijn. Laat mijn vlees vrij zijn, laat het trillend dansen en bewonderenswaardig zijn in ogen die niet snijden maar strelen.

Dit is nu eenmaal de levensstijl van ons welvarenden, daar horen bepaalde genietingen bij; we eten zodra onze maag erom vraagt, en als we ervoor kiezen, besteden we veel tijd aan geestelijke inspanningen, aan geconcentreerd stil zitten. Daar hoort dit lichaam bij – waarom niet? Waarom zou het honger of fysieke discipline uit moeten stralen, als dat in wezen niet past bij wat ik het belangrijkste vind – lezen, schrijven, denken, leren? Waarom m’n tijd, aandacht en liefde verspillen aan het willen voldoen aan normen die me opgedrongen zijn?

Dit is mijn vlees.
Dit is jouw vlees.
Zo zijn we, zo zijn we geboren en zo zijn we geworden, zo leven we, dit is het vlees dat we zijn. Hoe durf je zoiets zachts en warms en kostbaars… hoe durf je zoveel kinderlijke spontaniteit te wantrouwen en straffen, op te meten, uit te leveren? Hoe durf je vreemd te gaan met een lichaamsvorm die de jouwe niet is, ontrouw te zijn aan je eigen en die van alle gewone, zachte, weke, alledaagse medemensen? Hoe durf je haar te zeggen dat ze zoals die ander moet zijn? En zelfs dan vind je haar waarschijnlijk nog niet goed genoeg.

Leve de weekheid, het wondere heen en weer schudden als je beweegt, het zachte dansen en deinen, het lijfelijke weten van gezondheid en welbehagen. Leve het oncontroleerbare, sterke, onafhankelijke vlees dat er onomstotelijk is, zomaar, in volle glorie, een lofzang, een reidans, een bewijs van vruchtbaarheid, een ode aan het leven.

Leve de heuvels van mijn lijf, de toppen en dalen, de inkepingen, beekjes en stromen, de kloven en holtes en haren, het bobbelige rond m’n tepels, het harde van m’n nagels, de vrolijke borstjes, de romige buik, als een maan waar de rest van mij uit tevoorschijn steekt, omheen draait, moederlijk gekoesterd en gedragen.

Leve de kameleon die mijn lichaam is, de koe die in mijn hangende borsten schuilt, het trekpaard in mijn zwoegende stappen, het lammetje als ik vreugdesprongen maak, de onbekommerde hond als ik vanbinnen kwispel, het pasgeboren poesje in mijn dichtgeknepen ogen als de wekker gaat, het schichtige hert, de stoere hengst, de broze vlinder en de geile kater die samen mijn eindeloos lichaam bevolken.

Dit ben ik, dit sidderende vlees, dat onder de aanrakingen van de wereld beeft, dit klankbord voor geuren, kleuren, klanken, stoffen, lucht, licht, bodem, stekels, druppels, adem. Bevrijd mijn lichaam, bevrijd het paard en het zwijn en de poes en de aap en de zwaan van mijn lijf. Laat ze fier schrijden, wijds wieken, gemoedelijk week en hitsig loerend zijn, met grijpende vingers, weeïg vlees, een weeïg hart. Een grijpend hart. Ja, vrij. Een vrijlijf. Een vrij lijf.

Moge het ook in onze rode periodes zo zijn.

Amen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s