Popwording

Ik droomde vannacht dat mijn lippen werden opgeblazen. Injecties met glibberige, transparante filler penetreerden genadeloos mijn klamme huid. Weerloos onderging ik de prikken, subtiel en venijnig als insectenbeten, gevolgd door een kloppende, roodgloeiende irritatie.

Een tante juichte me vanaf de zijlijn toe: ze worden zo mooi vol, kijk toch eens!

Mijn bedremmelde eerste blik in de spiegel, de buitenproportionele dikte van de onderlip. Hoe een pruilmondje nu mijn gezicht domineerde. De onwrikbare wet dat alles wat ik voortaan zei, ondergeschikt zou zijn aan de buitensporigheid van mijn lippen. De uitnodiging tot seks die woordenloos van die lippen spatte, de ontkenning van innerlijkheid.

Had ik niet lang geleden al geconcludeerd dat plastische chirurgie een grensoverschrijding is van mense-lijke waardigheid naar de inwisselbare waarde van een pop? Zijn dikke neplippen geen nog veel groter bewijs van domheid dan het consistent maken van dt-fouten?

Mijn popwording voltrok zich vannacht met het gemak van een muggenbeet.

Plaats een reactie