Landelijk leven

Er is brand in mijn huisje in Haarlem geweest, dus logeer ik nu tijdelijk op de boerderij van mijn oom. We worden omringd door landerijen, en overal scharrelen kippen met kuikentjes, pauwen en kalkoenen rond. Vlakbij staan de boerderijen van andere ooms en tantes, neven en nichten, en het simpele gegeven dat ik een dochter van mijn moeder ben, een kleindochter van mijn opa en oma, is voldoende om me een onder- deel van de gemeenschap te maken. Daar moet ik, een vervreemde stadsvrouw die gewoonlijk dagenlang op een eenzaam zolderkamertje doorbrengt, behoorlijk aan wennen. Maar al snel ontdek ik dat het weldadig is, het buiten rondhangen en bekenden tegenkomen op het erf, samen zwemmen in de ringvaart en je terug- trekken in je eigen kamer als je daar behoefte aan hebt.

Eigen boerderij

Mijn moeder is opgegroeid in eenzelfde eeuwenoude boerderij als die waarin ik momenteel verblijf, met vier dikke boomstammen als steunbalken in het midden. Al dat ouderwetse houtwerk en die tegeltjes hier geven me een indruk van hoe het er vroeger bij mijn ouders en grootouders thuis uit moet hebben gezien. Zij leefden in hetzelfde landschap, tussen slootjes en rietkragen, en net als ik stonden ze op bij het krieken van de dag en gingen ze slapen als ze de zon goudroze boven de velden zagen zakken.

Mijn ooms zijn boer in de leukste zin van het woord, met shetlandpony’s en exclusieve rasschapen die alle ruimte hebben, boomgaarden en een moestuin. Als boerenzoons hebben ze er altijd van gedroomd hun ei- gen boerderij te runnen, en nooit zouden ze ergens kunnen aarden waar je niet een halfuur over je eigen erf kunt banjeren, maar waar je – zoals in de stad – allemaal in hokjes opgesloten zit. Zo kleinschalig als mijn opa vroeger ‘boerde’, met enkele velden vol bloemkool en twintig koeien voor de melk, is tegenwoordig echter niet meer rendabel, dus hebben ze naast hun leven op de boerderij ook altijd een ander beroep uitge- oefend; twee van hen waren wiskundeleraar.

Groen en blauw

Zoveel auto’s als dagelijks mijn Haarlemse woning passeren, komen hier nog niet voorbij in een jaar. Hier zul je niet zo snel aan de stadsziekte ‘overprikkeling’ lijden, omdat er slechts groene velden, groene bomen, groene struiken, groen riet, groen kroos op bruine sloten, bruine omgeploegde akkers, blauwe daglucht en gele, paarse, roze en oranje avondlucht zijn – ja, in de lucht vind je hier de meeste kleur, de meeste variatie.

Andere nationaliteiten dan de Nederlandse heb je hier niet. Dorpelingen zwaaien naar me als ze met hun hond mijn raam passeren – dat ik hier woon, betekent immers dat ik wel een bekende zal zijn. Overdag staan de deuren altijd open, ook als de eigenaren van een woning op het land of bij de buren zijn; inbreken zou geen tactiek of gereedschap vereisen, slechts een goede timing en een grote tas.

De boerenstand

Vroeger had je standen in de samenleving, en de leden van zo’n stand erfden de levensstijl die erbij hoorde van moeder op dochter en van vader op zoon. Men wist zich een onontbeerlijke schakel in de regio – zo waren boeren de voedselleveranciers, die melk opbrachten en van wie de grondstof voor brood afkomstig was. ‘Geef ons heden ons dagelijks brood’, dat zou niet gaan zonder de boeren. En zoals een moeder de borst geeft aan haar kind, zo was de veehouder een soort moeder voor degenen die zijn melk (en yoghurt en kaas) afnamen, voor iedereen in de omliggende dorpen en steden dus.

Een boer had bovendien een – vaak behoorlijk groot – stuk land, en behoorde in die zin tot de klasse met het meest omvangrijke bezit. Datzelfde land was ooit door zijn vader, grootvader en overgrootvader bebouwd. Hij was geen willekeurig mensenwezen, zoals ik me weleens op mijn anonieme minikamer in de Randstad voel, maar was er ‘eentje van die en die’ en had een eigen bijnaam, die iedereen kende. Voor hem was de respectabele taak weggelegd zijn (voor)ouders op te volgen, en voort te zetten wat zij hadden opgebouwd.

Misschien ben ik momenteel getuige van (het residu van) een levensvorm die over enkele tientallen jaren volledig uitgestorven is. Daarom zal ik zo grondig mogelijk in me opnemen wat ik hier zie, hoe men hier leeft, welke waarden men heeft, omdat dat een beetje resoneert met wie ik zelf ben. Enkele jaren geleden had ik diezelfde ervaring in de katholieke kerk, ook een cultuur waarvan ik een erfgenaam ben, en die me mezelf beter heeft doen begrijpen.

Een gedachte over “Landelijk leven

  1. Een mooie ode aan het leven dat toch voor een groot deel het fundament is waar ons huidige bestaan op rust. Gecombineerd met de beschrijving van de diepe kracht van familiebanden en de drang tot zelfonderzoek en zelfbegrip is het een mooie wegenkaart voor iedereen om zichzelf beter te leren kennen. Een stuk dat de impact heeft om vele ‘zelfhulpboeken’ overbodig te maken…

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s