Femme qui pleure

uit getraliede ogen waaien fonteinen
op het drilgat van het graf af

(Lucebert)

Picasso was een veranderlijk wezen wiens leven in fasen verliep, waarin telkens één of enkele thema’s, schilderstijlen en minnaressen centraal stonden. Het jaar 1937, waarin hij zijn beroemde Guernica vervaar- digde, werd gedomineerd door oorlogstaferelen en portretten van huilende vrouwen. Terwijl hij de eerste maanden vooral naar een passende compositie en expressieve figuren en poses voor Guernica zocht, zette de kunstenaar ook na het afronden van zijn meesterwerk in juni de portrettenreeks Femmes qui pleurent gestaag voort, slechts onderbroken door een zonvakantie in het zuiden.

Picasso, in zijn tijd een centrale figuur in de kunstenaarsscene in Frankrijk, was geboren en opgegroeid in Spanje, een land dat hem altijd dierbaar bleef. Zo verloor hij nooit zijn fascinatie voor de traditionele stierengevechten, liet hij zich veelvuldig inspireren door Velazquez en Goya, grote meesters uit de Spaanse kunstgeschiedenis, en ging ook het bombardement op Guernica door Hitler en Mussolini hem aan het hart. Toen hij in januari 1937 de uitnodiging kreeg om een muurschildering te maken voor het Spaanse paviljoen van de Internationale Expositie in Parijs, greep hij die gelegenheid onmiddellijk aan om zijn ongenoegen over de opmars van Franco en de fascisten in Spanje kenbaar te maken.

Tijdens het bombardement op Guernica waren honderden onschuldige burgers omgekomen. Picasso stond nu voor de taak om dit zo grootschalige leed een gezicht te geven en invoelbaar te maken. Daartoe koos hij voor het beeld van de mater dolorosa, de moeder die rouwt om haar vermoorde kind. Oorspronkelijk was dit een christelijk thema, vooral binnen de kunsttraditie van het katholieke Spanje heel populair. In de machocultuur van dat land werden vrouwen, en met name moeders, van oudsher op een voetstuk geplaatst. Het leed van een vrouw wier kind haar is ontnomen, wist het Spaanse publiek op een heel directe manier emotioneel te bewegen. Er bestaan dan ook talloze Spaanse schilderijen van de huilende moeder Gods, wier zoon voor haar ogen de gruwelijke kruisdood sterft. Door zich een jaarlang zo intensief met beeltenissen van treurende vrouwen bezig te houden, plaatste Picasso zichzelf in deze Spaanse memento mori-traditie van bezinning op aards lijden en sterfelijkheid.

In de uiteindelijke versie van Guernica is, aan de linkerkant, één huilende moeder terechtgekomen. Uiterst rechts staat een vrouw zonder kind die, met zwaaiende armen en zwiepende borsten, haar leed ten hemel schreit. De overige vrouwfiguren, van wie de één een fakkel vasthoudt en de ander gebukt de ruimte binnen rent, verbeelden niet zozeer de slachtoffers van het bombardement, maar zijn veeleer getuigen, die met een geschokte, meelevende blik het hysterische paard in het midden en de gestorven figuur op de voorgrond gadeslaan. Picasso koos er bewust voor om zijn werk in zwart, wit en grijstinten uit te voeren, zodat niets afleidt van de rauwheid van het tafereel, en de witte lichamen en gezichten schrijnend afsteken tegen de achtergrond van duisternis.

Na zich een halfjaar op beelden van leed en ellende te hebben gestort, maakte Picasso tijdens een onbezorg- de zonvakantie met vrienden vooral karikaturale, luchtige schilderijen, waarbij de geportretteerden malle hoedjes dragen en gekke gezichten trekken. Het kleurgebruik is fel en zonnig, bijna carnavalesk. Toen de kunstenaar na thuiskomst het thema van de Femme qui pleure weer oppakte, was er iets veranderd in zijn kleurgebruik: dat was niet langer grijs en sober, maar fel en experimenteel. De kleur groen bleek in staat om een huilende vrouw, die een traditionele Spaanse mantilla draagt en wanhopig op haar zakdoekje bijt (afbeelding linksonder), de uitstraling te geven van iemand die vergiftigd is, of door onnatuurlijk fel licht wordt beschenen. Ook begon Picasso te experimenteren met huilende ogen, die hij verbeeldde als een soort kantelende kommetjes of bootjes waar water uit stroomt.

De Femme qui pleure-periode werd in november 1937 afgesloten met het portret van een huilende Dora Maar (afbeelding rechtsboven), die destijds Picasso’s belangrijkste geliefde was. Dora draagt een vrolijk rood hoedje met een blauwe bloem en heeft een gezicht vol felgekleurde make-up. Het lijkt wel alsof ze op het punt staat naar een feestje te gaan, maar plotseling door verdriet en afschuw wordt overmand. Haar mond, wang en neus gaan grotendeels schuil achter een zakdoek, waaraan ze een doodse witheid ontlenen. De ogen zijn groot en ovaalrond, alsof de vrouw recht in de rauwe afgrond van het leven staart, en datgene wat ze daar aanschouwt niet kan verdragen.

Algemeen wordt aangenomen dat Picasso’s Femmes qui pleurent niet alleen op zijn minnares Dora Maar, maar ook op Marie-Thérèse Walter gebaseerd zijn, met wie hij gelijktijdig een relatie onderhield. Marie-Thérèse, de moeder van zijn dochtertje Maya, leed aan een slopende vorm van jaloezie, en geregeld smeekte Picasso haar in zijn brieven om toch niet zo veel te huilen. ‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief: ik wil dat je gelukkig bent, en alleen bezig bent met gelukkig zijn. Daar zou ik alles voor geven. Mijn eigen tranen zouden niets voor me betekenen als ik kon voorkomen dat jij er ook nog maar één zou vergieten.’ Toch was hij niet bereid zijn relatie met Dora op te geven, die eveneens in emotioneel opzicht zeer afhankelijk van hem geworden was, en in toenemende mate last had van somberheid en angstaanvallen.

‘Voor mij is Dora Maar de femme qui pleure,’ verklaarde Picasso later. ‘Jarenlang heb ik haar een gekweld uiterlijk gegeven in mijn schilderijen, niet uit sadisme, en zonder dat ik er genoegen aan beleefde, maar uit gehoorzaamheid aan een visioen dat zich aan mij opdrong.’ ‘Mijn hele leven is, door hem, vol vreugde geweest, en daarna vol tranen,’ vertelde Marie-Thérèse eens in een interview, ‘vooral vol tranen… Hij was een fantastische, verschrikkelijke man.’ Ook Picasso zelf stond niet boven tranen. Dora Maar herinnerde zich dat ze hem eens huilend in zijn atelier aantrof. ‘Toen ik vroeg waarom hij huilde, antwoordde hij dat hij dat onmogelijk uit kon leggen, maar dat “het leven zo verschrikkelijk is, zo verschrikkelijk”.’ Het thema van de huilende vrouw gaf Picasso de mogelijkheid om het leed in zijn eigen leven, dat van zijn geliefden én dat op het toneel van de wereld in één alarmerende gedaante samen te ballen.

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s