Bedelaars en toeristen

‘In Tunesië zagen we een keer een man zonder benen, met van die lege broekspijpen. M’n zus kreeg mede- lijden en wilde hem geld geven, maar ik hield haar gelukkig tegen. Even later zagen we hem voorbij hollen; blijkbaar had-ie ineens z’n benen weer, en vlug dat-ie ging. Die lui binden hun benen achter zich vast om zielig te lijken. Je hebt ook moeders die hun kinderen door de modder laten rollen voordat ze uit bedelen worden gestuurd; dan zien ze er lekker smoezelig uit en denken de toeristen dat ze echt heel arm zijn.’ ‘Zijn ze dat dan niet?’ vraag ik verwonderd aan de vrouw die smullend haar vakantie-anekdotes met me deelt.

‘Als je ze iets geeft, houd je het systeem in stand,’ valt haar echtgenoot haar bij. Hij begint te vertellen over vormen van toerisme waaraan de plaatselijke bevolking nauwelijks verdient, omdat alleen de grote – veelal westerse – corporaties het geld opstrijken. Het blijft mij echter onduidelijk hoe die corporaties met mijn steun aan een lokale bedelaar geholpen zouden zijn. ‘Ook in India komen de straatkinderen van alle kanten op je af, met uitgestrekte handjes en allerlei rotzooi die ze je willen verkopen. Heel zielig allemaal, maar je moet ze niks geven en ze meteen wegsturen. Je kunt er toch niks aan veranderen.’

Maakt het extra bakje rijst of de ananas die het gezin van zo’n bedelend kind met het verdiende geld kan kopen dan geen verschil? vraag ik me af. En hoe zit dat met een kledingstuk of fiets of kunstgebit, bepaalde medicijnen of een weeklang dagelijks brood – is dat geen wereld van verschil, zelfs als er slechts één indi- vidu mee is geholpen? Denk aan de pijn die je zelf zou voelen als je aangereden bent en bloedend aan de kant van de weg zou liggen. Maakt dan het feit dat je ‘maar één individu’tje bent’ de pijn minder indrin- gend, de nood aan helpende handen minder prangend en de opluchting als je geholpen, zelfs genezen wordt minder groot? Laat een individu zich, omdat-ie slechts in z’n eentje is, zo radicaal relativeren dat de ene mens onverschillig kan staan tegenover de honger en ellende van een ander?

Toerist-zijn in een derde wereldland lijkt me onbevattelijk, omdat je geconfronteerd wordt met het verschil dat je wél kunt maken, niet wat betreft ‘het systeem’, maar in de levens van concrete mensen – gewoon omdat je westers bent en geld hebt. (Rijk ben je in vergelijking met arme Indiase en Afrikaanse gezinnen zelfs als je in Nederland een uitkering krijgt.) Zo’n confrontatie met onze luxepositie is ongelooflijk onge- makkelijk en maakt je – als het goed is – verlegen. Ideeën over een onrechtvaardig, van hoger hand geregu- leerd systeem zijn dan een manier om jezelf van het besef van je eigen verantwoordelijkheid te verlossen.

Maar zou het ook mogelijk zijn om adequaat en gewetensvol op de confrontatie met de onrechtvaardige verdeling in de wereld te reageren? Wat is adequaat? Hoe klein moet ik gaan wonen, hoeveel boeken mag ik mezelf toestaan maandelijks te kopen, hoeveel van mijn geld zou ik weg moeten sturen, en waarheen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s