Hoeders van waarden

Michiel Dijkman, bedrijfsadviseur bij Samsung, stelt vandaag in Trouw voor om ‘een numerus fixus in te voeren voor opleidingen met een lage baankans na afstuderen’. Ook zou de bekostiging van studies door de overheid evenredig moeten zijn aan hun ‘arbeidsmarktrelevantie’. Dijkman laat in het midden of deze maatregelen wat hem betreft alleen voor bepaalde beroepsopleidingen zouden moeten gelden, waaronder bedrijfsadministratie en toerisme, of ook voor de zogenaamde geesteswetenschappen, die – terecht – om hun ‘gebrek aan nut’ bekend staan.

Iedereen weet dat Filosofie, Literatuurwetenschap, Kunstgeschiedenis en de Kunstacademie als eerste stu- dies zouden sneuvelen wanneer hun bestaanswaarde aan hun financiële rendement zou worden afgemeten. Als gevolg zouden levensbeschouwing en creativiteit alleen nog aan exclusieve, onbetaalbare privé- opleidingen onderwezen worden. Op het eerste oog gaat daarmee weinig verloren, want ook marketing managers, communicatiemedewerkers en bedrijfseconomen kunnen visies creëren en ideeën verkondigen.

Hun nadenken zou je echter een vorm van nutsdenken kunnen noemen. Waar geesteswetenschappelijke ‘nuttelozen’ gedurende hun studiejaren steevast worden uitgenodigd om een stapje terug te doen (‘in een ivoren toren te klimmen’) en hun eigen identiteit tussen haakjes te plaatsen, daar staan managers en andere energieke bedrijfsmensen middenin de échte wereld, die van geld en berekening, winst en verlies. Hun denken zou je uiterst flexibel kunnen noemen waar het ‘efficiënte bedrijfsvoering’ betreft, maar nogal eenzijdig, zelfs obsessief als het gaat om de focus: geld. (En misschien: naam maken, invloed uitoefenen.)

Geesteswetenschappers hebben er daarentegen voor gekozen zich structureel bloot te stellen aan stemmen uit andere tijden, situaties en plaatsen, aan mensen die fundamenteel ánders zijn of waren, en van wiens gedachtenwereld zijzelf – west-Europese, eenentwintigste-eeuwse intellectuelen – gulzig proeven. Geleide- lijk zijn hun hersenen losgeweekt en wendbaar gemaakt, zodat het hen mogelijk is om tegelijk religieus en atheïst te zijn, verlicht en romantisch, platonist en stoïcijn, pantheïst en existentialist. En altijd sluimert er in hun geest een zorgvuldig tasten naar waarden, naar de vraag wat het leven – of een bepaalde onder- neming, keuze of activiteit – de moeite waard maakt, voor henzelf en voor anderen, ver weg en dichtbij.

Hoewel veel geesteswetenschappers niet de meest daadkrachtige, succesvolle leden van onze maatschappij zijn, is hen een belangrijke taak toebedeeld: zij zijn hoeders van zin en woordvoerders van ‘moeilijke’ denkbeelden, bijvoorbeeld de gedachte dat het zinvol is om na te denken, of dat geld niet gelukkig maakt, of dat niemand zich ooit bij het onrecht in de wereld neer zou mogen leggen, of dat kijken naar kunst niet zomaar een vorm van consumeren is, van vermaak, maar dat God daar iets mee te maken heeft, hoewel niemand ooit kan weten wie of wat God is. Misschien staan of vallen de geesteswetenschappen bij gratie van een laatste restant van ‘godsgeloof’, van geloof in een waarde die niet in termen van geld of nut valt uit te drukken. Geloof in een onuitsprekelijke ‘zin van het leven’, een geloof dat hoop en liefde mogelijk maakt.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s