Jongen met metaaldetector

Het was de zachte avondzon die het platteland van Groningen in de zomer zo paradijselijk maakte. Omdat ik soms een kwartier of een halfuur lang niemand tegenkwam, waande ik me de eerste mens op aarde, en door de zoele avondwarmte was mijn lichaam ontspannen en zweterig. Vaak ging ik op mijn favoriete terp, die van het minuscule dorpje Oostum, in de luwte zitten lezen of staren naar de vliegmanoeuvres van de zwaluwen.

Eens, op een namiddag, trof ik op mijn terp een jongeman met een metaaldetector. Hij had een wat ruig uiterlijk – zwarte, wijdvallende kleding en donker, slierterig haar – maar was schriel van postuur, zodat hij kwetsbaar overkwam. Hij heette Paul en was op zoek naar oude munten en scherven, vertelde hij, die lagen hier namelijk in overvloed. Met een schep haalde hij een dikke spijker voor me tevoorschijn uit de grond – die was vast al honderden jaren oud, zei hij. Ik mocht ‘m houden als aandenken. Later zijn we eens samen gaan picknicken, en ontdekte ik dat Paul van school was getrapt, waardoor hij nu veel vrije tijd had, maar zich ook afvroeg of hij dan wel toegelaten zou kunnen worden op de opleiding tot archeoloog. Paul vond het verleden interessanter dan het heden, zo leek het, en had een hekel aan zo’n beetje alles: school, andere jonge mensen, de hedendaagse cultuur, de stad Groningen. Hij wilde graag eenvoudig leven, survivallen, en had al geregeld buiten geslapen, vertelde hij trots.

Nog later ontdekte ik dat hij van school was gestuurd omdat hij een jongen in elkaar had geslagen, een jongen die hem lange tijd getreiterd had. Paul was altijd een buitenbeentje geweest en had in de loop van de jaren veel woede in zich verzameld, die ineens – als een onweersbui boven de velden – kon losbarsten. Iets van zijn woede herkende ik wel, want het was een sentimenteel soort woede, een verlangend soort woede. De eerste tijd dweepte Paul een beetje met mij; ik was zijn eerste goede vriendin, eindelijk iemand die hem begreep. Maar na een poosje vond hij me te braaf, te moralistisch – waar hij misschien gelijk in had.

Het is alweer drie jaar geleden dat ik Paul heb ontmoet, en sindsdien ben ik twee keer verhuisd: van Groningen naar België en van België naar Utrecht. Paul is – net als het platteland van Groningen – ergens in een uithoekje van mijn geheugen beland. Maar zonet, tijdens het fietsen door de avondwarmte, stuitte mijn geest ineens op Paul en de Groningse vlakte. Alsof ik ze met een innerlijke metaaldetector signaleerde, en ze door het schrijven van dit stukje weer heb opgegraven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s