Een vreemde snuiter

Tussen beide foto’s zit zo’n twintig jaar, maar jij was iemand die niet zo snel veranderde. Als kind schijn je al geweten te hebben dat je instrumentenbouwer wilde worden, en als twintiger volgde je een opleiding tot meubelmaker – specialisatie: instrumentenbouw. De verpleegkundigen in het ziekenhuis en revalidatie- centrum vonden je altijd een beetje raar, en toen me verteld werd dat je overleden was, noemden ze je ‘die vreemde snuiter met dat warrige rode haar, een dakloze volgens mij’. Ze wisten niet dat je een monumentaal pand in de binnenstad van Utrecht had bewoond en klavecimbels had gebouwd die in het Concertgebouw werden bespeeld. Je was dan ook een verlegen man en besefte dat je met verhalen over je grote liefhebberij (renaissancistische en barokke muziek en oude instrumenten) bij de meeste mensen op onbegrip en desinteresse zou stuiten.

Toen ik je leerde kennen was je de eigenaar van een antiekwinkeltje, dat je via een 17e-eeuws poortje kon betreden. Zwijgend stond jij in een hoekje terwijl ik de beeldjes, prenten en klokken bestudeerde, en alleen wanneer ik met mijn hand voorzichtig een bijzonder instrument aanraakte, leverde jij vanuit je hoek wat commentaar – op de klankkleur ervan, het bouwjaar, het gebruikte hout. Mij duizelden al die details, maar later, toen ik je in het ziekenhuis bezocht, genoot ik ervan hoe je me duidelijk probeerde te maken waarom de klank van een klavecimbel zoveel magischer is dan het wat steriele geluid van een piano.

Het was bevreemdend om mee te maken hoe je door sommige zusters streng werd toegesproken als je, met een enthousiaste armbeweging, per ongeluk een infuus had losgetrokken of een van de apparaten rondom je bed aan het piepen had gebracht. De steriele wereld van het ziekenhuis vormde zo’n contrast met jouw zachte, dromerige aard. Ook jijzelf zag er het bizarre van in, en je had er vast, als je niet zoveel last had gehad van pijn, om kunnen lachen. Dat je op je kamer niet mocht roken maakte je opstandig, en zelfs toen je op sterven na dood was liet je je door vrienden of een aardige verpleegster naar het pleintje bij de ingang van het ziekenhuis rijden, waar je (met je ene overgebleven been bloot onder een dekentje uitstekend) van een sigaretje genoot te midden van andere rokende kreupelen en zieken. Wanneer je, vlak na een operatie, weer eens een paar dagen niet naar buiten mocht, stak je demonstratief een sigaret in je ziekenhuiskamer op, waarna je rookgerei door een strenge zuster in beslag werd genomen – een beetje alsof je een stoute schooljongen was. Met een ondeugende grijns vertelde je mij er later over, en juichte het toe dat ik voorstelde om de sigaretten voor je terug te halen.

Op den duur moest je plas worden opgevangen in een plastic zak, die hing aan de rand van je bed. Steeds vaker schoot je gezicht plotseling in een kramp omdat er een pijnscheut door je lichaam trok. Je verontschuldigde je minstens tien keer toen je eens de volle duur van mijn bezoek in de badkamer bezig was om je plaszak te legen, wat misging en je een tirade van gevloek ontlokte. Op de een of andere manier riepen zulke situaties niets dan een gevoel van sympathie en mededogen in me op. Later noemde je me een keer, nadat ik je – balancerend op je ene been – in je rolstoel had gehesen, een voorbeeldige verpleegster.

Allebei behoren wij tot de mensen die zich graag ontfermen over buitenbeentjes. Onafgebroken heb jij afgedankte instrumenten naar je grote woning gesleept, waar je ze koesterde als vrienden of geliefden. Zelfs instrumenten die je had gerestaureerd en die weer naar hun eigenaar waren teruggekeerd, bleef je geregeld bezoeken – je had immers een band met ze opgebouwd en verloor ze niet graag uit het oog. ‘Voor Japanners zou ik nooit kunnen restaureren’, zei je.

Volgens een goede vriend koesterde jij de buitenbeentjes onder de instrumenten omdat je jezelf in hen herkende – ook jij werd door velen als een vreemde snuiter beschouwd. Ikzelf ga het liefst met de buiten- beentjes onder de mensen om, van wie jij er één was.

Instrumenten restaureerde jij; ik ga straks mensen verplegen, in een revalidatiecentrum of verzorgings- huis. Voor diegenen die vanwege hun eigenzinnigheid niet altijd goed begrepen worden, doe ik dan een beetje extra mijn best.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s